1. Inleiding
Deze tekst handelt over het 'anarchisme'. Het is een onderwerp dat mij al enige jaren boeit en dat grotendeels door de onduidelijkheid die over de term bestaat. In deze tekst wil ik dan ook doormiddel van de encyclopedische manier van behandeling een soort van overzicht geven van de verschillende ideeën rond deze term, die hopelijk tot enige duiding over het onderwerp zou moeten leiden.
2. Semantiek: anarchisme of anarchie?
In deze tekst wil ik het vooral hebben over anarchisme als politieke en filosofische ideologie die het gezag van één of andere hoge instantie verwerpt als zijnde immoreel, overbodig of nadelig. (Willemsen, 1992, 17). Merk ook op dat deze term een eerder dubbelzinnige betekenis bevat die zowel in Van Dale (Sterkenburg P.G.J.,1994, 52) als op Wikipedia aangehaald word. Zowel de term "anarchisme" als de term "anarchie" worden bij Van Dale beschreven als een vorm van samenleven zonder enige bestuursvorm maar ook als een toestand van chaos en wanorde. Het spreekt voor zich dat dit werk zich hoofdzakelijk zal richten op de eerste betekenis van het woord, namelijk de samenlevingsvorm zonder gezag van een staat of andere hoge instantie. Ook op Wikipedia wordt dit onderscheid gemaakt, maar hier wordt eerder beweerd dat de term "anarchie" dient voor het aanduiden van een staat van chaos en wanorde en de term "anarchisme" eerder voor een ideologie of samenleving waarin het gezag verworpen wordt. Vandaar dat ik in dit werk hoofdzakelijk het woord "anarchisme" zal gebruiken in de betekenis van de ideologie die hierboven aangehaald werd. Het woord anarchisme op zich is afkomstig uit de Griekse αν = "geen" αρχος = "heerser". In het etymologisch woordenboek van het Nederlands wordt naar de Latijnse afkomst verwezen, volgens hen is het woord ontleend aan middeleeuws Latijn anarchia < Grieks anarkhía bij het bn. ánarkhos 'zonder leider', gevormd uit het voorvoegsel a- en het zn. arkhós 'leider'. In de loop der tijden zijn er ook wat verschuivingen gebeurd in de betekenis van het woord. In de zestiende eeuw kreeg het woord in het Frans volgende betekenis: 'politieke wanorde bij gebrek aan een leiderschap' en nog algemener: 'verwarring, wanorde' (Rey, A.,1998). Later, tijdens de Franse revolutie, word de klemtoon meer op de politieke stroming die zich onder de term schaart gelegd en verschuift de betekenis van de term naar 'na te streven politieke toestand waarbij de macht van de staatsoverheid is afgeschaft'. Het woord is ook eerder al terug te vinden in bepaalde woordenboeken. In 1584 word anarchisme beschreven als "regeringloosheid, ongeordende toestand" (De Vries, M.,1998) in 1658 als "onheersching, heerschloosheidt" (Meijer L., 1654 e.v.), in 1730 als "verwarde regeering" (Marin, P., 1730 e.v.), en ten slotte in 1732 als "een verdorvene volkregering, daar men niet meer weet wie het hooft is" (De Vries, M.,1998).
3. Historische schets van het anarchisme
In dit gedeelte probeer ik aan de hand van verschillende anarchistische denkpistes een beknopt historisch overzicht te geven van het anarchisme en aan te duiden op welke manier de stroming evolueert in de tijd. Alles staat geordend via vier grote thema's en of denkers, weliswaar chronologisch. Aan de hand van deze vier punten probeer ik een schets te geven van de belangrijkste personen en ontwikkelingen binnen het anarchisme.
3.1. Pionierstijd : Stirner, Proudhon, Bakoenin, Godwin
Deze periode begin ik met het vermelden van Max Stirner (1806-1856) (echte naam: Johann Caspar Schmidt) die meestal als een wat illustere voorganger van Nietschze word aanzien . Stirner leefde in dezelfde periode als Proudhon, dat ik hem eerder behandel heeft dus niks met chronologie te maken maar berust enkel op toeval. Stirner leefde in de tijd van het heglianisme en werd in zijn tijd en ook nu nog verweten dat hij een provocerende armzalige denker was. Zijn werk werd hevig bekritiseerd door onder andere Marx en Feuerbach.
Karl Marx: zijn reactie op Stirner is, zoals die van Nietzsche, het waard hier nadrukkelijk behandeld te worden wegens haar sterke en langdurige doorwerking. Nog in de zomer van 1844 zag Marx in Feuerbach "de enige, die een werkelijke theoretische revolutie" had volbracht. De verschijning van de »Enige« in oktober 1844 bracht deze houding aan het wankelen, want Marx voelde zeer duidelijk de diepte en draagwijdte van de kritiek van Stirner. Terwijl anderen, ook Engels, Stirner eerst bewonderden, zag Marx van begin af aan een vijand in hem, die vernietigd moest worden. ((Bernd A. Laska, 2000)
Striners werk probeerde verder te gaan op Hegels' "Die Phänomenologie des Geistes" (Hegel, 1806) waarin Hegel zei dat de mens zich moest los maken van de wereld rondom hem om zo het absolute denken (geest) te kunnen ervaren. Volgens Stirner moest niet enkel de wereld rondom ons worden afgebroken, zoals religie, maar ook de andere wereld die binnenin de mens zat om vrij te worden. De mens moest dus volgens hem volledig onafhankelijk kunnen denken en handelen zonder enige beperkingen of invloeden. Deze gedachte wordt uitgebreid weergegeven in zijn enige werk "Der Einzige und sein Eigentum" (Stirner, 1844). Stirner zette zich met dit schrijven af tegen Hegel en zijn volgelingen. (Bernd A. Laska, 2000)
Een tweede pionier voor het anarchisme als ideologie is Pierre-Joseph Proudhon (1809-1865). Proudhon is de eerste die zichzelf beschreef als anarchist, hoewel hij deze benaming eerder provocerend bedoeld had. Ook Proudhon werd door Marx hevig bekritiseerd. Proudhon vond dat bezit diefstal was en ijverde voor een anarchistische samenleving die niet door chaos bepaald werd maar, net omgekeerd, door een harmonische orde waarin geen nood was aan een of andere staatsvorm die een autoritair gezag uitoefende omdat deze de het natuurlijke uit een samenleving onderdrukten. Eén van zijn bekendste werken was 'Qu'est-ce que la propriete?' uit 1840. (D. Guérin, 1970)
Een ander grondlegger van het anarchisme was Michail Alexandrovitsj Bakoenin (1814-1874). Bakoenin begon als volger van het Marxisme en vertaalde zelfs Marx' communistisch manifest (Marx, 1848). Later werd hij door Marx zwaar bekritiseerd vanwege zijn anarchistische en zelfs anti-semitische ideeën. Bakoenin was net als de andere anarchisten tegen de staat in zijn autoritaire vorm en tegen elke vorm van religie. Deze zouden er volgens Bakoenin voor zorgen dat het individu in zijn creativiteit en eigenheid zou onderdrukt word.( D. Guérin, 1970)
Een vierde belangrijke pionier van het anarchisme is William Godwin (1756-1836). Volgens sommige bronnen wordt hij als de profeet van het anarchisme gezien
Anarchisme: De term anarchisme, afgeleid van het Griekse anarchia (= ontbreken van gezag), staat voor de politieke leer die elk staatsgezag als overbodig, nadelig ofwel immoreel verwerpt. William Godwin (1756 - 1836) met zijn "Enquiry Concerning political justice" wordt gezien als de profeet ervan. (Willemsen, 1992, 17)
Hoe dan ook, zijn bijdrage tot het anarchisme als filosofische stroming is niet te onderschatten. Moraalfilosofisch gezien werd Godwin eerder als utilitarist gezien hoewel er soms betwijfeld word of Godwin niet eerder in de perfectionistische zin moet geïnterpreteerd worden. Zijn belangrijkste bijdrage tot de moraalfilosofie is zijn "vuur-casus", waarin de vraag gesteld wordt wie je uit een brandend huis zou moeten redden als je keuze hebt tussen een aartsbisschop en een simpele meid. (Godwin, 1793)
One of Godwin's lasting contributions to moral philosophy, 'the famous fire cause', in which we are asked to consider whom I should save from a burning room if I can only save one person and if the choice is between Archbishop Fénelon and a common chambermaid. Fénelon is about to compose his immortal Télémaque and the chambermaid turns out to be my mother. Godwin's conclusion that we must save the former relies on consequentialist grounds. However, since his account of the content of utility is inseparable from the development of truth and wisdom, and since we can best promote this through the full and free exercise of private judgment and public discussion, the resulting position looks more like a form of perfectionism than utilitarianism . (Mark Philp, 2003)
In zijn belangrijkste werk 'Political Justice', een zevendelig boek gaat hij dieper in op politiek en rechtvaardigheid. In dit boek schildert hij de staat af als een corrupt orgaan dat een schadelijk element is voor de maatschappij.
3.2. De commune van Parijs 1871
In 1871 werd Parijs door een groep revolutionairen veroverd, deze commune staat bekend als een socialistische beweging, maar ook anarchisten hebben een groot aandeel gehad in deze korte bezetting van Parijs. De commune hield stand van 18 maart tot en met 30 mei en werd daarna door het Franse leger dat zich samen met de regering teruggetrokken had in Versailles, verwijderd. Een andere uitgebreide bron die over dit onderwerp te vinden is, is een document op de site van het marxistisch magazine 'Vonk'. Dat deze bron minder subjectief is, lijkt me duidelijk daar hij geschreven is door neo-marxisten die deze gebeurtenis maar al te graag romantiseren. Toch maak ik er hier vermelding van omdat het een van de weinige bronnen is die tracht op een volledige manier het verloop van deze gebeurtenis te schetsen. Een tweede bron die nog subjectiever lijkt dan de vorige, maar op zijn beurt dan weer het belang van deze commune kan aantonen voor de marxistische ideologie is een artikel van Peter Van der Biest. In dit artikel legt hij uit welke lessen de neo-marxisten uit deze gebeurtenis zouden moeten trekken. Door de subjectiviteit echter van deze bronnen lijkt het me verder onbelangrijk om er dieper op in te gaan.
3.3. Daniel Guérin als anarchistische encyclopedie
De franse historicus en filosoof Daniel Guérin (1904 - 1988) kan zonder twijfel als een van de belangrijkste personen binnen de anarchistische ideologie beschouwd worden. Zijn werk schetst zowat de gehele geschiedenis van het anarchisme. Hoewel Guérin niet zijn hele leven bij het anarchistisch standpunt is blijven stilstaan en ook enkele marxistische teksten schreef blijft zijn anthologie 'Ni Dieux, ni Maître' (D.Guérin, 1970) een van de beste en uitgebreidste verzameling van anarchistische werken die doorheen de geschiedenis van het anarchisme is gemaakt. Dit werk is een anthologie bestaande uit 4 delen waarin Guérin aan de hand van eigen teksten maar ook van teksten en essays van alle belangrijke anarchistische denkers uit de pionierstijd en later, de verschuivingen binnen het anarchistisch denken weergeeft. In een ander werk 'l'Anarchisme' schetst Guérin zijn visie over het anarchisme. Omdat echte wetenschappelijke werken over anarchisme schaars zijn is Guérin dan ook een handige leidraad geweest doorheen dit historisch overzicht. Dat het denken van Guérin zowel marxistisch als anarchistisch kan beschouwd worden schetst de nauwe verwantschap die het anarchisme met het marxisme heeft.
3.4. Anarchisme in de hedendaagse (pop)cultuur: punk
Doorheen het opstellen van dit werk ben ik meerdere malen op bronnen gestoten die opgesteld waren door mensen die de invulling van het anarchisme in een andere context dan de filosofisch-politieke vorm. Het anarchisme is sinds de jaren '70 ook ontegensprekelijk verbonden met een bepaalde jongerencultuur, namelijk de punk-cultuur. In dit laatste hoofdstukje over de historische weergave over het anarchisme sta ik dan ook even stil bij deze ontwikkeling. Aan de hand van verschillende neo-anarchistische denkers probeer ik weer te geven waarom het anarchisme in onze periode meestal een slechte naam toegeschreven krijgt. De Punk-cultuur ontstaat in de jaren '70 als reactie tegen de economische crisis in Engeland. Deze cultuur wil (ondanks zijn duidelijk commercieel karakter) als een soort tegencultuur optreden door simpele harde muziek met controversiële teksten te maken. In deze teksten wordt met alle verschijningen uit de huidige cultuur gespot en dus ook met de staat. Hiervoor grijpen de punkers terug op de anarchistische idealen die ook de staat als gezagsorgaan verwerpen, zij het niet dat de punkers ook de andere betekenis van het woord opnieuw uit de kast halen: chaos. Door deze jongerencultuur wordt dus de verwarring over anarchisme als ideaal opnieuw ingevoerd. Een verwarring die volgens Hans Raemer ook al ten tijde van Proudhon bestond.
Anderhalve eeuw geleden - in 1840 - verscheen 'Qu'est-ce que la propriete?', een boek waarmee de Franse filosoof Pierre-Joseph Proudhon de burgerij de stuipen op het lijf joeg. In dit werk betoogde de voormalige typograaf dat alle eigendom goed beschouwd diefstal is. Immers, men hoeft zijn geld slechts op de bank te zetten om het te zien toenemen dankzij de inspanningen van anderen - boeren en arbeiders die niets meer dan hun werkkracht bezitten. Bovendien noemde Proudhon zich een 'anarchist', een voorstander van 'anarchie' dat vertaald uit het Grieks 'zonder leiding' ofwel 'gezagsloos' betekent. Aangezien ook al in zijn tijd met anarchie een toestand van wanorde werd aangeduid, liet Proudhon een spoor van verwarring na. Slechts weinigen beseften dat de Fransman de benaming anarchist als een geuzennaam gebruikte. De anarchie was immers, zo betoogde hij, juist het tegendeel van chaos en daarom een samenleving zonder overheersers en overheersten, een vrije maar harmonische orde. Nog altijd kampen anarchisten met het misverstand dat Proudhons uitdagende formulering heeft veroorzaakt, en het is de vraag of dat ooit zal verdwijnen.
Vele internetsites die over anarchisme handelen zijn eerder aan deze punkbeweging te linken dan aan de oorspronkelijke ideologie waaruit het anarchisme ontstaan is. Andere anarchistische bronnen zoals het anarchistisch actieblad 'de Nar' (zie ook www.denar.be) spreken elkaar in vele opzichten tegen. Ze vullen de term anarchisme niet langer in als een filosofische strekking maar proberen die met pseudo-wetenschappelijke artikels te gebruiken om allerlei extreem-linkse standpunten te verdedigen.
4. Anarchisme: een utopie?
Doorheen de hele tekst is gebleken dat over het onderwerp anarchisme dikwijls heel wat commotie is ontstaan. Anarchisme is een thema dat doorheen de geschiedenis hevig bekritiseerd werd, maar dat ondanks de onduidelijkheid over wat het nu juist inhoud, nog steeds op interesse kan rekenen. Een van de steeds weerkerende kritieken (waaronder ook het marxisme te lijden heeft) is dat de hele ideologie utopisch en bijgevolg ook onmogelijk is. De gelijkenis met Mores' 'Utopia' (More, 1516) is dan ook in veel aspecten terug te vinden in de filosofische betekenis van een anarchistische maatschappij.
Om te beginnen is een van de basisaspecten van het Utopia dat More beschreef, namelijk respect, ook terug te vinden in de beschrijvingen van de anarchistische maatschappij. Vele anarchisten beweren dat een staatsloze maatschappij waarvoor zij staan enkel kan bereikt worden door een wederzijds respect van de individuen die in die maatschappij leven. Enkel dan kan een samenleving zonder een overheid standhouden. Net zoals More is het anarchisme ook niet helemaal blind voor de noodzaak aan orde, en de meeste anarchisten bevestigen dan ook dat uit dit wederzijds respect natuurlijk enkele praktische levensregels moeten komen. Zonder die afspraken vervalt een maatschappij volgens hen namelijk in een chaos waarin iedereen doet wat hij wil. En dat is nu net wat de anarchisten beweren niet te willen, vandaar ook dat zij spreken over anarchisme en niet over anarchie. Dit verschil in betekenis werd ook al in het semantisch deel van dit werk besproken (cfr. p2.).
Een ander belangrijke gelijkenis tussen Mores' Utopia en de anarchistische maatschappij, is het belang dat gehecht wordt (of net niet) aan het bezit van dingen. Dat in het marxisme ook sprake is van een bezitsloze maatschappij toont nogmaals de nauwe verwantheid van beide linkse stromingen aan. Maar ook in het anarchisme is sprake van een herverdeling van de rijkdom en bij sommigen zijn zelfs sporen van de marxistische visie terug te vinden, ik denk hierbij aan Proudhon die beweerde dat alle bezit diefstal is (Proudhon, 1840).
Het lijkt er dus op dat het anarchistische ideaal inderdaad heel wat meegeeft van een utopie (en dan nog in de originele betekenis). Maar toch blijft dit een kritiek die door vele anarchisten niet aanvaard wordt.
Een ander probleem doorheen de geschiedenis van de anarchisten is de invulling van het begrip die ze onderling maken. Sommigen beweren een geweldloze samenleving na te leven die bereikt dient te worden door een geweldloze revolutie, anderen willen deze geweldloze maatschappij door met geweld de huidige maatschappij te verwijderen. Het lijkt mij in enig opzicht onlogisch om dit laatste te verkondigen. Maar langs de andere kant toch begrijpelijk dat het anarchisme net door zijn revolutionair karakter met geweld dient doorgedrukt te worden als men het zou willen instaleren. Het gebruik van geweld tijdens een anarchistische revolutie zou ook nodig zijn om andersdenkenden te kunnen verwijderen, wat dan op zijn beurt weer een contradictie is omdat het anarchisme zich net als een tolerante maatschappij voordoet.
Deze discussie is er een die zich ook vandaag nog blijft voordoen. Binnen de anders-globalisatie beweging die nu actief zijn ook nu nog verschillende anarchistische bewegingen actief, waarvan enkele strekkingen blijven zweren bij geweldloos verzet en anderen dan weer gretig met molotov-cocktails naar de ordediensten gooien. De discussie over het al dan niet gebruiken van geweld lijkt me dan ook een interessante discussie die in de actualiteit ook in andere aspecten aan bod komt, zoals de discussie over de tweede golfoorlog, of over de kernwapenpolitiek van sommige landen. Dit zijn dan ook dikwijls de thema's waarin anarchisten zich proberen tegen te verzetten. Zo waren er onder andere de blocages van de wapentransporten door België.
Ondanks de vele tegenstellingen die de anarchisten onderling hebben en het relatief groot utopisch karakter van het anarchisme lijkt het me toch dat ook deze stroming op zoek gaat naar de ideale samenleving voor de mens. Net zoals vandaag de dag ook de verschillende wereldgodsdiensten doen en zoals vroeger ook andere stromingen zoals het marxisme en zelfs het fascisme elk op hun eigen manier probeerden. Welke van al deze ideologieën nu ook de correcte mag zijn, als die al bestaat, het lijkt me belangrijk te beseffen dat ze allemaal op hun eigen manier naar waarde moeten geschat worden. Niet alleen door de geschiedenis zelf te bestuderen kan de mens lessen leren om zo misschien ooit de ideale samenlevingsvorm tussen mensen te vinden, maar ook door het zoeken en het proberen te begrijpen van de ideologieën die aan de basis van onze geschiedenis liggen. Door het bestuderen en combineren van al deze ideologieën wordt de doelstelling van elk van deze ideologieën, namelijk het in harmonie samenleven van de verschillende individuen waaruit de mensheid nu eenmaal bestaat, misschien ooit nog bereikt.
5. Bibliografie
Rey, A. (1998) Dictionnaire historique de la langue française. Paris : Le Robert
De Vries, M. (1998) Woordenboek der Nederlandsche Taal.[CD-ROM] beschikbaar: AND Publishers Rotterdam
Meijer, L. (1654 e.v.) Nederlandtsche Woorden-Schat. Amsterdam
Marin, P. (1730 e.v.) Groot Nederduitsch en Fransch woordenboek. Dordrecht/ Amsterdam/ Rotterdam.
Laska Bernd A. (2000, 27 januari) Max Stirner, een duurzame dissident[elektronische versie]. Die Zeit ,5.
Proudhon, P. (1840) Qu'est-ce que la propriété ? [elektronische versie] Biblioteque libertaire. geraadpleegd op 15 november, op http://kropot.free.fr/Proudhon-propriete.00.htm.
Sterkenburg van, P.G.J. (red.) (1988) Van Dale, handwoordenboek van het hedendaags Nederlands. 2de druk. Utrecht/Antwerpen: Van Dale lexicografie, 1996.
Willemsen, H. (red.) (1992) Woordenboek Filosofie. Assen/Maastricht: Van Gorcum,1992.
Guérin, D. (1970) Ni Dieux, ni Maître: anthologie de l'anarchisme. Paris : Librairie Francois Maspero,1970.
More, T. (1516) Utopia. ; vert. door Marie H. Van der Zeyde. Amsterdam : Athenaeum-Polak en Van Gennep, 2002.
Godwin, W. (1793) Caleb Williams. Oxford : Oxford university press, 1982.
Constant, B. & Godwin, W. (1972) De la justice politique ; Traduction inédite de l'ouvrage de William Godwin "Enquiry concerning political justice and its unfluence on general virtue and happiness". Québec : Presses de l'Université de Laval, 1972.
Stirner, M. & Meyer, A. (1972) Der Einzige und sein Eigentum / Max Stirner; mit einem Nachwort hrsg. von Ahlrich Meyer. Stuttgart : Reclam, 1972.
Marx, K., & Engels,F., (1848) Communistisc manifest. Brussel : IMAVO, 1998.
Hegel, G. W. F., Van Doorem,W. (1806) Fenomenologie van de geest. Meppel : Boom, 1981.
Constandse, A. (1979) Anarchisme: inspiratie tot vrijheid, essays. Amsterdam: Meulenhof, 1979.
Berkman, A. (1929) ABC of anarchism. London: freedom press, 1987