beste lezer

Met plezier verwelkomen wij u op onze weblog, al vinden we 'weblog' een aartslelijk woord.
We hadden ook zomaar een van de vele weblogs kunnen zijn, maar we opteerden voor de originaliteit. We hopen u wat te kunnen verwarmen in deze tijden van verzuring, vergrijzing, commerciële leegten, angst en alle andere plagen van Egypte.(het was toch Egypte?)
Met de nodige humor en scherpe pen willen we het u mogelijk maken om u eens te laten terugtrekken in onze gezellige leeskamer, met haardvuur, Wayne Shorter op de achtergrond en de huisvrouw aan de strijkplank. Neem je tijd, ontspan, zak stevig door in de bureaustoel en vergeet even de wereld rondom je.
Want fantasie is een basisbehoefte. En die willen wij u aanreiken.
Veel plezier

WouterenNiels

2 november 2006

zaterdagochtendkip

Zaterdag, de dag waarop wakker zijn kunst werd. De slager floot een liedje en onteigende de kip vrolijk van borst en vleugels. “€5.48”.

Hij werd wakker, te midden de mensen, het gefluit en de vleugels van de zopas vrolijk uiteengereten kip. Even leek de hele beenhouwerij stil te worden en hem aan te staren alsof nu pas duidelijk werd hoelang hij al met die kinderen in zijn kelder zat. Maar er zaten geen kinderen in de kelder en dus ging de rest van de klanten rustig verder met het uit de doeken doen van de dagelijkse gebeurtenissen van Maurice, Marcel en de andere onpopulaire sluitspierproblemen hebbende medebewoners van het rustoord, waar ze allen toch op een dag door de dood zouden opgehaald worden, met of zonder sluitspierproblemen. Enkel de slager stond hem nog zo ergens tussen beteuterd en ongeduldig aan te staren, waarop hij de arme man maar een briefje van €10 in de hand duwde en het daarna op een lopen zette.

Hij hield het snel voor bekeken, dat lopen en net zoals de verse regen nogal snel opdroogt op warme zomerse dagen begon ook zijn ademhaling al snel weer normaal te functioneren. Met de snelle recuperatie van zijn ademhaling besloot hij dan maar op een door auto’s omsingeld bankje, dat meer weg had van een grote bloempot, neer te gaan zitten. Even nog dacht hij aan het boodschappenlijstje dat ergens diep in zijn binnenzak langzaamaan richting vergetelheid zonk, maar daarna viel hij stil. Gedachteloos zat hij daar.

Honderdsten, seconden en uiteindelijk ook uren gingen voorbij. De wit-ziende zon maakte de eerste winterse frisheid wat goed en vormde de perfecte achtergrond voor de immense stilte die door de afwezigheid van andere mensen werd gecreëerd. Het moeten vast geen hoogdagen geweest zijn voor de plaatselijke spar, maar ondanks het langzaam wegkwijnen van zijn boodschappenlijstje kwam het door zijn gebrek aan gedachten niet bij hem op om als goede daad voor die maand, de plaatselijke middenstand eens een hart onder de riem te steken.

Het duurde nog tot het wachten bijna voorbij was eer enkele passanten teken van leven kwamen geven, wat hij op het eerste zicht niet zo meteen doorhad, maar dat zal eerder gelegen hebben aan het feit dat ze achter zijn rug om passeerden en mensen nu eenmaal niet in staat zijn om als uilen hun hoofd 360° te draaien zonder de pijp aan Maarten te geven, dan aan zijn gedachteloosheid.

°

“Dag madamtje.” De bakker glimlachte zijn volledig gebit, inclusief restjes spek en eieren, bloot. Ze moest wel teruglachen. Haar schoonheid verborg de onoprechtheid van haar tandententoonspreiding en stelde de bakker enigszins tevreden. Lopen zat er met die gigantische kater van de dag ervoor niet meer in en dus betaalde ze maar gepast vooraleer de over haar lijfgeur, die meer mee had van een plakkerige toog die dringend een poetsbeurt nodig had, bezorgde oma’s, tantes en andere aanhangsels het al te bont zouden gaan maken.

“Respect begint bij het verzorgen van je leugens.”had haar moeder haar ooit wijsgemaakt en dus was het horen dat dochterlief met nogal een sterke drankgeur gesignaleerd werd de dag nadat ze naar een congres over de verloedering van het kabinet van volksgezondheid was geweest, helemaal niet nodig. Hoe dan ook, ondertussen stond ook zij al met haar niet zo fris ruikende snoet in de wit-ziende zon te blinken.

Denkend. Denkend aan wat ze gisteren weer allemaal had uitgekraamd en ingenomen aan alcoholische en geestesverruimende substanties. Aan de nieuwe en duidelijk onervaren barman, die ze zonder enige moeite rondom haar vinger en bijhorende ring had gedraaid en hoe ze zo alweer eens een nakende financiële crisis had vermeden. Of hoe ze die kerel van vroeger op de wijk professioneel genegeerd had, ondanks zijn hoogstwaarschijnlijk allerbeste bedoelingen en ongetwijfeld aangename sociale dronkenschap.

En uiteindelijk ook gewoon aan niks.

°

Ondertussen zat ook hij daar nog altijd zomaar wat te zitten, gedachteloos, maar met steeds meer beelden die voor zijn ogen op het etalageraam van de plaatselijke lingeriewinkel werden geprojecteerd. Vogeltjes trippelden rustig, maar toch zoveel meer van pluimen en poten voorzien dan hun onfortuinlijke collega die morgen bij de slager, in het rond. Net zoals de enkele voorbijgangers zagen ze hoe hij als een perverse oude man naar de lingerie-etalage zat te staren. Hij wist wel beter. De echte perverten dat waren die gastjes met hun gelkapseltjes en jeansbroekjes die persoonlijk verantwoordelijk konden gesteld konden worden voor het veranderen van vele lieve meisjes vol kwaliteiten en mogelijkheden, in wereldschuwende overgate-sletjes, inclusief klakskes-fanclubs en fuck-me-botjes. Maar als mens op zijn wereld was hij er zich van bewust dat wegens het nog in hun bed liggen van de echte perverten, de minimumgrens voor perversiteit heel wat lager kwam te liggen en zodoende zijn etalagegestaar zich waarschijnlijk balancerend op die grens begaf. Uiteindelijk kon het hem weinig tot matig boeien. In zijn beeldenwereld was de etalage alles behalve pervers.

°

Een knikje, meer niet. Zijn gedachten schoten langzaam en piepend maar zeker op gang. “Hallo, kom erbij.”

Ze lachte, iets meer gemeend dan even daarvoor bij de bakker, maar dat was waarschijnlijk aan het ontbreken van spek en eieren tussen zijn en in zijn lach te wijten. Even nog bekeek ze onderzoekend de rest van het tot parking getransformeerde marktplein, maar wanneer duidelijk werd dat er niemand die dag nog van plan was buiten te komen, ging ze naast hem zitten.

Ze keken voor zich uit en ook in haar perceptie veranderde de lingerie-etalage langzaam in een beeldscherm waarop, voor al wie dat aanging, hun hele gesprek zou worden geprojecteerd .

Maar er kwam niks, geen woord.

Af en toe opende er een mond, die dan even zo open bleef staan, maar daar bleef het dan ook maar bij. Beeld zonder klank.

Twee gekrulde hoofden, de een al wilder dan de ander, onrustig voor zichzelf uitstarend, wachtend op dat ene verlossend zinnetje dat al de verwarring van het voorbije rondgestaar zou doen vergeten. Een simpele: “Hoe haat het nog met je?”, die een hele diareeks van hun beide levens sinds ze uit dat van de ander verdwenen waren zou op gang brengen.

Maar het bleef stil.

 

°

 “Hoe gaat het nog met je?”. Ze draaide haar hoofd. Krulletjes zwaaiden over haar gezicht en stelden bij het halt houden van haar hoofd als professionele theatergordijnen weer die glimlach tentoon.

“Ik heb een nieuwe vriend.”

“Leuk voor je.”

Even dreigde de stilte weer de overhand te nemen, maar hij was vastbesloten geen 2de keer de stilte zijn lot t laten bepalen.

“Nee echt, dat vind ik nu eens leuk voor je. Dat heb je verdiend.” Een cynische ondertoon leek het te gaan halen van de stilte, tot plots een traan de glimlach en daarmee alle cynisme en stilte wist te verdringen.

“Het spijt me.”

15 oktober 2006

1 en al gewandel

Het was één en al gewandel wat ik deed. En het deed er niet toe waarheen. Soms gebeurd het dat om ,door of tegen je wil in iets van je word afgenomen en dan is de enige denkbare remedie wandelen. Na de wandeling spoel je best alles nog eens door met een frisse pint of een van de 18 bestaande soorten Looza en daar moet je het dan mee doen. In deze tijden van terrorisme en ter-hulp-schietende koks is het ongeoorloofd om langer dan een halve dag bij de pakken te blijven zitten. Want er is altijd werk of iets anders om handen.

Het was vreemd wandelen, het “people are strange when you’re a stranger”-gehalte stak ver boven het gemiddelde uit. Maar wegens het gebrek aan bus of trein bleef ik onverwoed doorgaan.

Ergens halverwege vroeg een man me om de tijd en ik vertelde dat ik hopen tijd had maar dat ik er hem geen kon geven omdat ik niet van lafaards hou. Dat het maar een halve waarheid was die ik hem verkocht vertelde ik er niet bij. Ik haat namelijk lafaards, vooral diegene die het lef niet hebben je nog aan te kijken, maar omdat ik niet graag haat -er word al zoveel gehaat- liet ik dat maar in het midden.

Ik dacht ook veel na. Eerst over de vlek op mijn broek en later over hoe het nu verder moest met de wereld. Ik dacht ook over mezelf en wat er gebeurt was. Maar ik raakte er niet uit.

En de mensen keken, van achter de gordijnen of gewoon aan via een openstaande voordeur. Overal zag ik glurende mensjes, meestal oude vrouwtjes van rond de 72 en een half jaar. Waarschijnlijk mompelden ze dat ze het zelf ook allemaal niet meer wisten, maar dankzij de isolatie die dubbel glas biedt ontaarde het collectief gemompel niet in een totale chaos.

Ook in de wagens staarden de mensen. Maar wat meer opviel was hoe verbeten enkele chauffeurs weigerden hun blik af te wenden.

Het kon mij allemaal niet echt raken, want ik wandelde. En ik had trouwens al problemen.

De rest van de wandeling werd afgewandeld en de zoektocht naar de frisse pint kon beginnen.

herinnering

Naast de vervelend zoemende vliegen en hun benen-wijd-openspreidende bloemen brachten de eerste zonnestralen naar jaarlijkse gewoonte ook weer de goudgele en naar meiklokjes geurende koppeltjes met zich mee, die vanaf dan weer samen en onafscheidelijk door de straten en parken van de stad begonnen te dartelen. Op het platteland hadden ondertussen ook de boeren al hun schuren uitgemest zodat onkuise praktijken nooit het verse zonlicht meer hoefden te halen en in het diepste van de hooizolder verborgen konden blijven.

Het was in deze omstandigheden dat mijn pessimisme lichtjes zijn smeltpunt bereikte en ik me zowaar wat vrolijk ging voelen, misschien was dit jaar mijn tijd wel aangebroken om samen met de andere bloemetjes en bijtjes in de wei te gaan spelen. Maar tot het zover was moest ik blijven genieten van het gedartel van mijn collega-mensen.

Hoewel een kleine dosis jaloesie zich al via mijn rode bloedlichaampjes en diepvries-vers griep-virus begon te verspreiden, kon ik er toch vrede mee nemen dat ik nog steeds niet tot het rijk der vrolijk rondhuppelende tweespannen behoorde, het gras zal wel altijd groener zijn aan de andere kant van de heuvel.

Enigzins geprikkeld door het lentense gebeuren begaf ik me blootvoets in de wijde wereld vol zonovergoten kommer en kwel. Mijn pad kruistte lafaards en bedriegers, die je alles zouden ontnemen waar je zelf bijstaat en toch zouden beweren dat het je eigen schuld was en zwarte ekster-achtige vogels die de eieren van echte eksters honderden meters hog de lucht invlogen om ze dan met een luide plets de grond te laten raken en dan vrolijk met hun bekje de eiresten naar binnnezuigen. Maar zelfs al deze zwarte schepselen der natuur was ik gunstig en vergevingsgezind.

Want het werd lente.

16 augustus 2006

capitalism

"A father once told his little boy: “Capitalism is like one big family. The father is the big boss, he brings in the money. The mother is like the government, she takes care of the people and deals with the finances. The nanny is the working class, she works for the big boss. The big brother is the future. The little boy, you, represents the regular people who try to live and understand wat happens in this capitalist family. “

One day the little boy got frightened by something he saw on tv and crapped his pants. He went searching for his mother but she was asleep so he ran up the stairs looking for the nanny. As he passed the bathroom he heared his nanny making strange noises and looked trough the key-hole where he saw his nanny and his father playing a game he could not better discribe as horsebackriding. Confused as he was, he went on and searched for his big brother to explain him wat was going on, but his older brother was nowhere to be found.
Half an hour of intense searching later he sat down in the sofa, his pants still filled with poo when suddenly, everything became clear. He finally understood how capitalism worked.
The government sleeps while the big bosses screw the working class. There is no future and we have to deal with this shit."

Tony Crow (lambchop)


 

14 augustus 2006

verblindend wit

Bijna verblindend restte zijn computerscherm als enige licht in de huiskamer. De tijd was hij al lang weer uit het oog verloren en zelfs al was dat niet het geval geweest dan interesseerde het hem al lang niet meer hoe laat het dan ook wel mocht zijn. Het enige wat hem die nacht eigenlijk ook maar een beetje kon boeien was het witte van het digitale blad dat hij voor zich in zijn scherm zag en zelfs dat was dan enkel en alleen maar door wat hij gehoopt had er op te kunnen lezen voor hij richting zijn bed vertrok.
Hij had zichzelf voorgenomen zijn hoofd volledig te ledigen om met als resultaat een magistrale roman, uitgetypt en gecorrigeerd, naar dromenland te kunnen trekken. Maar net ergens halverwege de reeks letters die achteraf een prachtige roman zouden moeten gaan worden, werd het hem duidelijk dat de toekomst er voor die welbepaalde letters in die volgorde niet rooskleurig uitzag, althans niet als roman, en was hij met zijn vingers maar tien minuten blijven steken op de deleteknop met als resultaat het witte licht dat nu de hele huiskamer verlichte en op andere mensen waarschijnlijk het effect van een kortdurende verblinding zou hebben.
Zijn gedachten dwaalden ondertussen, ontkennend op de opmerking dat de roman wel nooit zou zijn wat hij moest gaan worden, verder af richting de gebeurtenissen die in de letters verborgen zaten, enkel decodeerbaar door mensen die de kunst van het lezen beheersten. Die gebeurtenissen, deels de zijne, deels fictieve, die net dat waren waarvan zijn hoofd geledigd moesten worden leken langzaam maar zeker opnieuw een reis aan te vatten door zijn hoofd. Een ongeplande reis, dat wel, maar daarom niet minder intensief.
Tijdens die reis zag hij haar staan. Zij was ook op reis. Ergens in zijn hoofd.
Gepakt en gezakt stond ze klaar om het vliegtuig te nemen. Vluchtig keek ze rond haar heen. Ze had hem niet zien staan. Hij haar wel. Anders had hij ook nooit geweten dat ze gepakt en gezakt vluchtig rond haar heen stond te kijken. Ze keek alsof ze zijn starende ogen zachtjes en met lichte schokjes in haar rug voelde priemen. Maar afgezien daarvan had ze van zijn aanwezigheid geen flauw benul. Dat gepakt en gezakt zijn raakte ze even later van af, door haar bagage op zo’n lopende band neer te zetten, maar het klaarstaan bleef verder duren. Minuten, kwartieren en uren lang. Een eeuwigheid zo leek het haar, een schim zo leek het hem. Maar ze stond er. Daar zo in de vertrekhal van zijn hoofd.
Op de kruising van waar zijn gedachten het computerscherm moesten binnendringen wachtte ze hem nietsvermoedend op. Zoals hij haar in de voorbije week vele malen en meestal zonder resultaat had opgewacht.
Dat was ooit anders geweest. Ooit werd ze meerdere malen overvallen door zijn warme handen die grondig maar subtiel haar lichaam hadden afgezocht naar plezier.
Maar nu stond ze daar. Zomaar in zijn hoofd. Hem negerend, zoals ze dat ook die vele malen dat hij haar opwachtte had gedaan.
De klok tikte verder. En hoewel hij geen interesse toonde voor hoe laat het dan ook wel al mocht geweest zijn, werd hij door zijn schermbeveiliging hardhandig op het uur gewezen. Onbewust ging hij even met zijn vinger over het muistouchpad om zo weer verder verblind te worden door het wit van zijn digitaal blad.
De rest van de reis was een flard. Een hoofdstuk dat misschien beter nooit geschreven werd en dat waarschijnlijk enkel geweest is in afwachting van haar terugkomst. Haar terugkomst uit zijn hoofd om zo enkel nog als herinnering in zijn hoofd vermeld te worden. Een hard afscheid. Maar o zo nodig leek het hem achteraf.
03:56

27 juni 2006

The Flaming Lips (04-06-2006 vooruit - gent)

Met nog een katertje van de dag ervoren en een opgegeven hoofd begaf ik me die dag fietsgewijs naar de locatie van mijn zelfgekozen en aan mezelf geschonken verjaardagscadeau: een optreden van the Flaming Lips.
Vreemdgenoeg is de Flaming Lips zo een van die bands die me muzikaal zeer sterk kan bekoren, maar waarin ik me nog nooit echt heb verdiept, waardoor de late keuze van mijn verjaardagscadeau deels verklaard kan worden. De vorige verjaardag bracht ik ook uitgerekend hier in de vooruit door, meerbepaald op een lacrimosa-optreden, weer zoiets waarvoor ik er nog steeds de tijd niet heb gevonden het eens aan een grondigere muzikale analyse te onderwerpen, maar het ging over the Flaming Lips, dus laat ons het daarop houden. Ondanks het nog niet uitgevoerd hebben van die grondige Flaming Lips analyse zou ik me nu ook weer geen Flaming Lips leek noemen, ik wist heus wel dat yoshimi hem niet zou laten opeten door die evil robots of dat hij de wereld gerust zou laten ontploffen met a flick of a switch en dat het ook maar allemaal mensen zijn met levens en kinderen, maar wat ze live konden betekenen had ik geen idee van.
Anyway, first things first, het voorprogramma: Midlake.
Ik herinner me nog dat ik me ook toen weer stond af te vragen waarom het voorprogramma zo snel word vergeten eens de hoofdact begint, en het antwoord daarop leek me toen nog niet zo helemaal duidelijk. Midlake had een groot videoscherm bij met allerlei prachtig in elkaar geknutselde filmpjes en speelde prachtige nummers. Ze klonken overtuigend, fris, misschien wat minder vernieuwend maar wel heel sterk! Eerlijk toegegeven was ik misschien nog niet volledig gefocusd maar dat had meer met de jenever van de dag ervoor te maken dan met de kunsten van de groep zelf.
De vraag die ik even voordien nog moeilijk op te lossen vond werd me weeral eens duidelijk bij de eerste noten van the Flaming Lips: VOLUME!
Maar hé, the Flaming Lips waren meer dan volume! The flaming lips waren  ‘a race for the price’ met balonnen, confetti, slingers, marsmannetjes, wonderwoman, kerstmannen, gigantische pilluchtn, videoscherm, microfooncamera en veel meer dan dat. The Flaming Lips waren feest!
Zelden zag ik een band zo bij de eerste noten het publiek gewoon wegblazen en toch zo eerlijk blijven. Handmatig bediende high en iets lowere tech-machines zorgden voor het niet tekort doen van de visuele perceptiemogelijkheden en al snel raakten we met yoshimi battles the pink robots aan een meezing- aka kippenvelmoment. De eerste lading balonnen was zo langzaamaan volledig leeggeprikt maar dat kon de sfeer niet bedaren. Wayne Coyne had het over positieve stralingen die duidelijk voelbaar waren tijdens de ongelofelijk aanstekelijke als-ik-nu-eens-lekker-egoistisch-mag-zijn-yeah-yeah-yeah-song, een Engelse man vroeg zijn vriendin ten huwelijk en zo ging het maar verder. Meer meezingnummers, meer confetti, meer slingers en vooral meer prachtige muziek. Zoals daar zijnde ‘she don’t use jelly’, the flaming lips’ eerste hit die even onderbroken werd door het opblazen van een reusachtige met confetti en slingers gevulde ballon, die boven de hoofden van de eerste rijen publiek tot ontploffen werd gebracht, wat daarna gewoon nog eens herhaald werd omdat Wayne zelf niet zo tevreden was over de eerste ballon (eerlijkheid duurt het langst). The flaming lips verveelden geen minuut en zelfs moesten ze dat doen dan was er nog de prachtige randanimatie en het tweede huwelijksaanzoek, dit maal een vrouw, nouwja meisje (zangers/gitariste van the hongkongdong, zie vorig concertverslag) die haar vriend Parij met een veel te schel geroep naar het podium riep en ten huwelijk vroeg waarop ze door hem onder staande ovatie (veel zitplaatsen zijn er nu ook weer niet in de vooruit) van het podium gedragen werd. De flaming lips keerden nog een laatste keer terug om het magistrale ‘a spoonful weighs a ton’ te brengen en dat was dan jammergenoeg al dat. Ondanks de eigenlijk redelijk lange duur van het optreden (ik denk een kleine 2 uur, maar ‘k hebbet jammergenoeg niet getimed), was het toch net ietsje te vroeg gedaan, maar kom. Laat mij stellen dat the Flaming Lips een van de betere optredens was die mij al de eer vielen en dat u bij deze verplicht wordt om ze bij een volgende passage in de buurt te gaan bekijken.

5 juni 2006

The Hongkongdong (03-06-2006 bierpompe - wervik)

Altijd leuk, zo eens van bij je thuis uit optredentjes bekijken. Zo ook op mijn eigenste verjaardag. Nog leuker wordt het wanneer je de groep zelf hebt kunnen kiezen (weliswaar met beperkt budget, waardoor zowel als morrissey als the cure plots geen meer tijd hadden, the flaming lips daarentegen wilden wel even in die andere bijna-thuisstad van mij komen spelen, later meer daarover.)
En zo kwam het dat ik met net nog geen stuk in mijn voeten op mijn verjaardag in de bierpompe naar een van de betere Gentse bandjes stond te kijken. Ik herinner me nog dat ik het de eerste keer (in de Video te Gent was dat als ik me goed herinner) wat moeilijk had met de Hongkongdong. Het leek me net allemaal iets te hip, teveel moog en de stem kon me toen niet echt bekoren. De tweede keer daarentegen beviel me ondanks de slechte geluidsafstelling al stukken beter. Vandaar ook dat het me geen slecht idee leek om ze eens uit te nodigen voor een optredentje in de bierpompe.
En zo geschiedde het.
Met een halve liter geuze in de hand staken ze af met het volgens mij van de beatles gestolen ‘we think we don’t u’. Een prachtig nummer weliswaar, maar ook hier was de geluidsafregeling niet optimaal en al snel zag ik verschillende vertrouwde bierpompe-gezichten wat angstig rond zich heen kijken.
Deze twijfel werd weliswaar meteen van hun gezichten geveegd door het net iets hardere (ditmaal dankzij de misschien iets luidere geluidsafstelling) gitaarwerk van ‘8 down and two to go’ dat op heel wat meer bijval kon rekenen. Vanaf dan begonnen de verjaardagsomstandigheden zich langzaamaan meester van me te maken en kan ik me enkel nog het prachtige ‘I’m a virgin’ (yeah right!), ‘If I was to stay’ en bisnummer ‘There’s a nigger in my pants who can dance dance dance’ heel goed herinneren. De rest was ongetwijfeld goed maar hé, dat was ook met het bier het geval. Wat ik me vooral herinner is dat ik bij de volgende gelegenheid zeker nog eens moet gaan kijken naar the Hongkongdong en iets van misschien wel een heel mooie toekomst voor deze driekoppige band. Verder was er ook nog iets met een Hollands meisje, drank, drank en nog eens drank, maar dat kan ik me niet zo heel goed meer herinneren! Op naar The Flaming Lips dan maar!

 

30 mei 2006

...richting huiswaarts toe

Haar door mij nog altijd niet thuisgebrachte geur vulde het nochtans fel naar rook en bier ruikende parochiezaaltje.
Nietsvermoedend danste ze zich een weg heen en weer tussen de aanwezige feestgangers. Ondanks de dikke zonnebril ben ik er bijna zeker van dat ze mij had gezien, wat ook niet zo moeilijk was. Van alle doelloze rondlopende wrakken zag ik er die avond/nacht toch wel het wrakkigst en meest doelloos uit.
Niemand dacht er echter op dat moment nog aan dat haar zachte bovenste ledematen ooit mijn lichaam als een van de te vast te houden objecten hadden beschouwd. Zelfs mij leek die gedachte wat onwennig, hoewel mijn geheugen, dat emotioneel altijd al een van de sterkere onderdelen van mijn persoon had uitgemaakt, dat zwaar tegensprak.
Doelloze wrakken hebben nu eenmaal veel tijd om na te denken, vooral als ze moe zijn en een van de mooiste verschijningen die ze tot dan toe hadden ontmoet, zomaar zonder iets te zeggen heen en weer voor hun neus voorbijparadeert. Dat was ooit anders.
Misschien hebben we elkaar nooit veel te zeggen gehad, dat valt nog te bezien. De belangrijkste mededelingen waren telkens in een stilzwijgen gehuld. Zoals het inzien wat er aan de hand was tussen ons of de zo uit een film geplukte scène in het station waarbij ze met haar pasgeknipte losse haren naar me toe wandelde en met schuldgevoelens in haar ogen, me tijdens de kus op haar wang influisterde dat ze eens wou praten.
Ik had haar daar in dat rokerig naar bierstinkend zaaltje ook niets te vertellen. Het zicht was me die avond/nacht het mooiste cadeau dat moeder natuur me ooit geschonken had. Kijken was het enige wat enigszins doel gaf aan de avond. Nog steeds hopend dat ze ondanks al mijn flaters me plots weer in de armen zou sluiten, en met die ene alleszeggende kus zou verlossen uit de doelloosheid van mijn wrak zijn.
Maar ondanks mijn lange wachten gebeurde het niet. Ik zou haar nog zoveel willen vertellen, of net ook niet.
De avond ging gewoon verder, zoals ook ik, maar dan niet verder, maar stilzwijgend richting huiswaarts toe.

fantoompijn

Ik was er, en dat was bijna belangrijker dan het praten met het meisje zelf. Het praten ging sowieso wat moeizaam, ik was niet in een spraakzame bui. Er was genoeg om haar te vertellen, daar niet van, maar uiteindelijk deed het er niet zoveel toe, want ik was er.Ik was waar ik wilde zijn.
"Waar kwam je ook alweer vandaan?"
"Hoh, ergens helemaal onderaan zo, maar dat doet er niet echt toe"
Ze keek even vreemd op, maar wendde snel weer haar blik af en nipte van haar glas rode wijn. Ik denk niet dat ze er echt van genoot, maar dat ze om mij een plezier te doen ook maar een glas rode wijn besteld had. Ze had het niet hoeven te doen, ik was al tevreden met haar aanwezigheid, maar ik kon het haar ook niet verbieden.
"Ik ben nu hier, dat is belangrijker dan waar ik vandaan kom."
Aan haar gezicht te zien was dat niet echt het antwoord waar ze op zat te wachten. Maar ik vond dat ik al genoeg had gedaan wat ze van me verwachtte. Dat deed ik altijd. Zo was ik en dat moest maar eens gedaan zijn. Doen wat anderen van je verlangen te doen of waarmee je weet dat ze tevreden zijn kan kwalijke gevolgen hebben, want je houdt het niet vol. Plots lukt het je niet meer en val je uit je rol. De pijn die je dan veroorzaakt kan ik me niet echt inbeelden, ik heb hem enkel maar zelf veroorzaakt, maar de pijn die het veroorzaken van die pijn met zich meebrengt wel.
Misschien woog de pijn die ik door het veroorzaken van die pijn ooit geleden had wel meer door dan de pijn die ik zelf veroorzaakt had, of misschien was die pijn enkel maar een schuldgevoel dat net als alle schuldgevoelens te laat kwam en beeldde ik me de pijn die haar pijn destijds met zich meebracht alleen maar in. Maar dat kan ik nu nog onmogelijk te weten komen. Ze zou het me zeker niet meer willen zeggen en ik zou het waarschijnlijk ook niet meer durven te vragen.
"Ben je er nog?" trachtte ze te vragen. Maar ik had al positief geknikt alvorens ze haar vraag had afgemaakt. Ik had het verbod gekregen van een vriendin om het tegen potentiële liefjes over ex-liefjes te hebben en dus verzweeg ik maar dat ook op dat moment mijn gedachten afdwaalden naar dat andere meisje en de pijn die haar pijn, die ik veroorzaakt had, met zich meegebracht had. Maar ik vrees dat ze mij wel een beetje doorhad.
Het had me veel moeite gekost om haar naar het restaurantje mee te krijgen en dat ik uitgerekend op dat moment met mijn gedachten elders zat, vond ik van mezelf eigenlijk onbeleefd, maar het was zo. Ik was er nog, en dat breidde ik dan ook maar als een vervolg aan mijn positief geknik dat de rest van haar vraag een beetje overbodig had gemaakt.
"Ik ben er nog."
En ik ben er nog een tijdje gebleven. Toen ik uiteindelijk opstond en mijzelf verontschuldigend wegliep had ik alles uitgedokterd en was ik vastbesloten het haar te vragen. Ik had het recht om te weten of de pijn die haar pijn met zich meegebracht had terecht was, dacht ik. Maar nu we zo weer wat verder zijn, ben ik daar niet zo zeker meer van. Het was haar pijn, en ik moest maar gedaan hebben wat van mij verwacht werd, en er niks om gegeven hebben. Dan had haar pijn heus geen pijn voor mij meegebracht. Of had ik daarvoor in de eerste plaats opgegeven om te doen wat van mij verwacht werd, om later niet nog eens te doen wat van mij verwacht werd?

anarchisme

1. Inleiding
Deze tekst handelt over het 'anarchisme'. Het is een onderwerp dat mij al enige jaren boeit en dat grotendeels door de onduidelijkheid die over de term bestaat. In deze tekst wil ik dan ook doormiddel van de encyclopedische manier van behandeling een soort van overzicht geven van de verschillende ideeën rond deze term, die hopelijk tot enige duiding over het onderwerp zou moeten leiden.

2. Semantiek: anarchisme of anarchie?
In deze tekst wil ik het vooral hebben over anarchisme als politieke en filosofische ideologie die het gezag van één of andere hoge instantie verwerpt als zijnde immoreel, overbodig of nadelig. (Willemsen, 1992, 17). Merk ook op dat deze term een eerder dubbelzinnige betekenis bevat die zowel in Van Dale (Sterkenburg P.G.J.,1994, 52) als op Wikipedia aangehaald word. Zowel de term "anarchisme" als de term "anarchie" worden bij Van Dale beschreven als een vorm van samenleven zonder enige bestuursvorm maar ook als een toestand van chaos en wanorde. Het spreekt voor zich dat dit werk zich hoofdzakelijk zal richten op de eerste betekenis van het woord, namelijk de samenlevingsvorm zonder gezag van een staat of andere hoge instantie. Ook op Wikipedia wordt dit onderscheid gemaakt, maar hier wordt eerder beweerd dat de term "anarchie" dient voor het aanduiden van een staat van chaos en wanorde en de term "anarchisme" eerder voor een ideologie of samenleving waarin het gezag verworpen wordt. Vandaar dat ik in dit werk hoofdzakelijk het woord "anarchisme" zal gebruiken in de betekenis van de ideologie die hierboven aangehaald werd. Het woord anarchisme op zich is afkomstig uit de Griekse &#945;&#957; = "geen" &#945;&#961;&#967;&#959;&#962; = "heerser". In het etymologisch woordenboek van het Nederlands wordt naar de Latijnse afkomst verwezen, volgens hen is het woord ontleend aan middeleeuws Latijn anarchia < Grieks anarkhía bij het bn. ánarkhos 'zonder leider', gevormd uit het voorvoegsel a- en het zn. arkhós 'leider'. In de loop der tijden zijn er ook wat verschuivingen gebeurd in de betekenis van het woord. In de zestiende eeuw kreeg het woord in het Frans volgende betekenis: 'politieke wanorde bij gebrek aan een leiderschap' en nog algemener: 'verwarring, wanorde' (Rey, A.,1998). Later, tijdens de Franse revolutie, word de klemtoon meer op de politieke stroming die zich onder de term schaart gelegd en verschuift de betekenis van de term naar 'na te streven politieke toestand waarbij de macht van de staatsoverheid is afgeschaft'. Het woord is ook eerder al terug te vinden in bepaalde woordenboeken. In 1584 word anarchisme beschreven als "regeringloosheid, ongeordende toestand" (De Vries, M.,1998) in 1658 als "onheersching, heerschloosheidt" (Meijer L., 1654 e.v.), in 1730 als "verwarde regeering" (Marin, P., 1730 e.v.), en ten slotte in 1732 als "een verdorvene volkregering, daar men niet meer weet wie het hooft is" (De Vries, M.,1998).

3. Historische schets van het anarchisme
In dit gedeelte probeer ik aan de hand van verschillende anarchistische denkpistes een beknopt historisch overzicht te geven van het anarchisme en aan te duiden op welke manier de stroming evolueert in de tijd. Alles staat geordend via vier grote thema's en of denkers, weliswaar chronologisch. Aan de hand van deze vier punten probeer ik een schets te geven van de belangrijkste personen en ontwikkelingen binnen het anarchisme.
3.1. Pionierstijd : Stirner, Proudhon, Bakoenin, Godwin
Deze periode begin ik met het vermelden van Max Stirner (1806-1856) (echte naam: Johann Caspar Schmidt) die meestal als een wat illustere voorganger van Nietschze word aanzien . Stirner leefde in dezelfde periode als Proudhon, dat ik hem eerder behandel heeft dus niks met chronologie te maken maar berust enkel op toeval. Stirner leefde in de tijd van het heglianisme en werd in zijn tijd en ook nu nog verweten dat hij een provocerende armzalige denker was. Zijn werk werd hevig bekritiseerd door onder andere Marx en Feuerbach.
Karl Marx: zijn reactie op Stirner is, zoals die van Nietzsche, het waard hier nadrukkelijk behandeld te worden wegens haar sterke en langdurige doorwerking. Nog in de zomer van 1844 zag Marx in Feuerbach "de enige, die een werkelijke theoretische revolutie" had volbracht. De verschijning van de »Enige« in oktober 1844 bracht deze houding aan het wankelen, want Marx voelde zeer duidelijk de diepte en draagwijdte van de kritiek van Stirner. Terwijl anderen, ook Engels, Stirner eerst bewonderden, zag Marx van begin af aan een vijand in hem, die vernietigd moest worden. ((Bernd A. Laska, 2000)
Striners werk probeerde verder te gaan op Hegels' "Die Phänomenologie des Geistes" (Hegel, 1806) waarin Hegel zei dat de mens zich moest los maken van de wereld rondom hem om zo het absolute denken (geest) te kunnen ervaren. Volgens Stirner moest niet enkel de wereld rondom ons worden afgebroken, zoals religie, maar ook de andere wereld die binnenin de mens zat om vrij te worden. De mens moest dus volgens hem volledig onafhankelijk kunnen denken en handelen zonder enige beperkingen of invloeden. Deze gedachte wordt uitgebreid weergegeven in zijn enige werk "Der Einzige und sein Eigentum" (Stirner, 1844). Stirner zette zich met dit schrijven af tegen Hegel en zijn volgelingen. (Bernd A. Laska, 2000)
Een tweede pionier voor het anarchisme als ideologie is Pierre-Joseph Proudhon (1809-1865). Proudhon is de eerste die zichzelf beschreef als anarchist, hoewel hij deze benaming eerder provocerend bedoeld had. Ook Proudhon werd door Marx hevig bekritiseerd. Proudhon vond dat bezit diefstal was en ijverde voor een anarchistische samenleving die niet door chaos bepaald werd maar, net omgekeerd, door een harmonische orde waarin geen nood was aan een of andere staatsvorm die een autoritair gezag uitoefende omdat deze de het natuurlijke uit een samenleving onderdrukten. Eén van zijn bekendste werken was 'Qu'est-ce que la propriete?' uit 1840. (D. Guérin, 1970)
Een ander grondlegger van het anarchisme was Michail Alexandrovitsj Bakoenin (1814-1874). Bakoenin begon als volger van het Marxisme en vertaalde zelfs Marx' communistisch manifest (Marx, 1848). Later werd hij door Marx zwaar bekritiseerd vanwege zijn anarchistische en zelfs anti-semitische ideeën. Bakoenin was net als de andere anarchisten tegen de staat in zijn autoritaire vorm en tegen elke vorm van religie. Deze zouden er volgens Bakoenin voor zorgen dat het individu in zijn creativiteit en eigenheid zou onderdrukt word.( D. Guérin, 1970)
Een vierde belangrijke pionier van het anarchisme is William Godwin (1756-1836). Volgens sommige bronnen wordt hij als de profeet van het anarchisme gezien
Anarchisme: De term anarchisme, afgeleid van het Griekse anarchia (= ontbreken van gezag), staat voor de politieke leer die elk staatsgezag als overbodig, nadelig ofwel immoreel verwerpt. William Godwin (1756 - 1836) met zijn "Enquiry Concerning political justice" wordt gezien als de profeet ervan. (Willemsen, 1992, 17)
Hoe dan ook, zijn bijdrage tot het anarchisme als filosofische stroming is niet te onderschatten. Moraalfilosofisch gezien werd Godwin eerder als utilitarist gezien hoewel er soms betwijfeld word of Godwin niet eerder in de perfectionistische zin moet geïnterpreteerd worden. Zijn belangrijkste bijdrage tot de moraalfilosofie is zijn "vuur-casus", waarin de vraag gesteld wordt wie je uit een brandend huis zou moeten redden als je keuze hebt tussen een aartsbisschop en een simpele meid. (Godwin, 1793)
One of Godwin's lasting contributions to moral philosophy, 'the famous fire cause', in which we are asked to consider whom I should save from a burning room if I can only save one person and if the choice is between Archbishop Fénelon and a common chambermaid. Fénelon is about to compose his immortal Télémaque and the chambermaid turns out to be my mother. Godwin's conclusion that we must save the former relies on consequentialist grounds. However, since his account of the content of utility is inseparable from the development of truth and wisdom, and since we can best promote this through the full and free exercise of private judgment and public discussion, the resulting position looks more like a form of perfectionism than utilitarianism . (Mark Philp, 2003)
In zijn belangrijkste werk 'Political Justice', een zevendelig boek gaat hij dieper in op politiek en rechtvaardigheid. In dit boek schildert hij de staat af als een corrupt orgaan dat een schadelijk element is voor de maatschappij.
3.2. De commune van Parijs 1871
In 1871 werd Parijs door een groep revolutionairen veroverd, deze commune staat bekend als een socialistische beweging, maar ook anarchisten hebben een groot aandeel gehad in deze korte bezetting van Parijs. De commune hield stand van 18 maart tot en met 30 mei en werd daarna door het Franse leger dat zich samen met de regering teruggetrokken had in Versailles, verwijderd. Een andere uitgebreide bron die over dit onderwerp te vinden is, is een document op de site van het marxistisch magazine 'Vonk'. Dat deze bron minder subjectief is, lijkt me duidelijk daar hij geschreven is door neo-marxisten die deze gebeurtenis maar al te graag romantiseren. Toch maak ik er hier vermelding van omdat het een van de weinige bronnen is die tracht op een volledige manier het verloop van deze gebeurtenis te schetsen. Een tweede bron die nog subjectiever lijkt dan de vorige, maar op zijn beurt dan weer het belang van deze commune kan aantonen voor de marxistische ideologie is een artikel van Peter Van der Biest. In dit artikel legt hij uit welke lessen de neo-marxisten uit deze gebeurtenis zouden moeten trekken. Door de subjectiviteit echter van deze bronnen lijkt het me verder onbelangrijk om er dieper op in te gaan.
3.3. Daniel Guérin als anarchistische encyclopedie
De franse historicus en filosoof Daniel Guérin (1904 - 1988) kan zonder twijfel als een van de belangrijkste personen binnen de anarchistische ideologie beschouwd worden. Zijn werk schetst zowat de gehele geschiedenis van het anarchisme. Hoewel Guérin niet zijn hele leven bij het anarchistisch standpunt is blijven stilstaan en ook enkele marxistische teksten schreef blijft zijn anthologie 'Ni Dieux, ni Maître' (D.Guérin, 1970) een van de beste en uitgebreidste verzameling van anarchistische werken die doorheen de geschiedenis van het anarchisme is gemaakt. Dit werk is een anthologie bestaande uit 4 delen waarin Guérin aan de hand van eigen teksten maar ook van teksten en essays van alle belangrijke anarchistische denkers uit de pionierstijd en later, de verschuivingen binnen het anarchistisch denken weergeeft. In een ander werk 'l'Anarchisme' schetst Guérin zijn visie over het anarchisme. Omdat echte wetenschappelijke werken over anarchisme schaars zijn is Guérin dan ook een handige leidraad geweest doorheen dit historisch overzicht. Dat het denken van Guérin zowel marxistisch als anarchistisch kan beschouwd worden schetst de nauwe verwantschap die het anarchisme met het marxisme heeft.
3.4. Anarchisme in de hedendaagse (pop)cultuur: punk
Doorheen het opstellen van dit werk ben ik meerdere malen op bronnen gestoten die opgesteld waren door mensen die de invulling van het anarchisme in een andere context dan de filosofisch-politieke vorm. Het anarchisme is sinds de jaren '70 ook ontegensprekelijk verbonden met een bepaalde jongerencultuur, namelijk de punk-cultuur. In dit laatste hoofdstukje over de historische weergave over het anarchisme sta ik dan ook even stil bij deze ontwikkeling. Aan de hand van verschillende neo-anarchistische denkers probeer ik weer te geven waarom het anarchisme in onze periode meestal een slechte naam toegeschreven krijgt. De Punk-cultuur ontstaat in de jaren '70 als reactie tegen de economische crisis in Engeland. Deze cultuur wil (ondanks zijn duidelijk commercieel karakter) als een soort tegencultuur optreden door simpele harde muziek met controversiële teksten te maken. In deze teksten wordt met alle verschijningen uit de huidige cultuur gespot en dus ook met de staat. Hiervoor grijpen de punkers terug op de anarchistische idealen die ook de staat als gezagsorgaan verwerpen, zij het niet dat de punkers ook de andere betekenis van het woord opnieuw uit de kast halen: chaos. Door deze jongerencultuur wordt dus de verwarring over anarchisme als ideaal opnieuw ingevoerd. Een verwarring die volgens Hans Raemer ook al ten tijde van Proudhon bestond.
Anderhalve eeuw geleden - in 1840 - verscheen 'Qu'est-ce que la propriete?', een boek waarmee de Franse filosoof Pierre-Joseph Proudhon de burgerij de stuipen op het lijf joeg. In dit werk betoogde de voormalige typograaf dat alle eigendom goed beschouwd diefstal is. Immers, men hoeft zijn geld slechts op de bank te zetten om het te zien toenemen dankzij de inspanningen van anderen - boeren en arbeiders die niets meer dan hun werkkracht bezitten. Bovendien noemde Proudhon zich een 'anarchist', een voorstander van 'anarchie' dat vertaald uit het Grieks 'zonder leiding' ofwel 'gezagsloos' betekent. Aangezien ook al in zijn tijd met anarchie een toestand van wanorde werd aangeduid, liet Proudhon een spoor van verwarring na. Slechts weinigen beseften dat de Fransman de benaming anarchist als een geuzennaam gebruikte. De anarchie was immers, zo betoogde hij, juist het tegendeel van chaos en daarom een samenleving zonder overheersers en overheersten, een vrije maar harmonische orde. Nog altijd kampen anarchisten met het misverstand dat Proudhons uitdagende formulering heeft veroorzaakt, en het is de vraag of dat ooit zal verdwijnen.
Vele internetsites die over anarchisme handelen zijn eerder aan deze punkbeweging te linken dan aan de oorspronkelijke ideologie waaruit het anarchisme ontstaan is. Andere anarchistische bronnen zoals het anarchistisch actieblad 'de Nar' (zie ook www.denar.be) spreken elkaar in vele opzichten tegen. Ze vullen de term anarchisme niet langer in als een filosofische strekking maar proberen die met pseudo-wetenschappelijke artikels te gebruiken om allerlei extreem-linkse standpunten te verdedigen.

4. Anarchisme: een utopie?
Doorheen de hele tekst is gebleken dat over het onderwerp anarchisme dikwijls heel wat commotie is ontstaan. Anarchisme is een thema dat doorheen de geschiedenis hevig bekritiseerd werd, maar dat ondanks de onduidelijkheid over wat het nu juist inhoud, nog steeds op interesse kan rekenen. Een van de steeds weerkerende kritieken (waaronder ook het marxisme te lijden heeft) is dat de hele ideologie utopisch en bijgevolg ook onmogelijk is. De gelijkenis met Mores' 'Utopia' (More, 1516) is dan ook in veel aspecten terug te vinden in de filosofische betekenis van een anarchistische maatschappij.
Om te beginnen is een van de basisaspecten van het Utopia dat More beschreef, namelijk respect, ook terug te vinden in de beschrijvingen van de anarchistische maatschappij. Vele anarchisten beweren dat een staatsloze maatschappij waarvoor zij staan enkel kan bereikt worden door een wederzijds respect van de individuen die in die maatschappij leven. Enkel dan kan een samenleving zonder een overheid standhouden. Net zoals More is het anarchisme ook niet helemaal blind voor de noodzaak aan orde, en de meeste anarchisten bevestigen dan ook dat uit dit wederzijds respect natuurlijk enkele praktische levensregels moeten komen. Zonder die afspraken vervalt een maatschappij volgens hen namelijk in een chaos waarin iedereen doet wat hij wil. En dat is nu net wat de anarchisten beweren niet te willen, vandaar ook dat zij spreken over anarchisme en niet over anarchie. Dit verschil in betekenis werd ook al in het semantisch deel van dit werk besproken (cfr. p2.).
Een ander belangrijke gelijkenis tussen Mores' Utopia en de anarchistische maatschappij, is het belang dat gehecht wordt (of net niet) aan het bezit van dingen. Dat in het marxisme ook sprake is van een bezitsloze maatschappij toont nogmaals de nauwe verwantheid van beide linkse stromingen aan. Maar ook in het anarchisme is sprake van een herverdeling van de rijkdom en bij sommigen zijn zelfs sporen van de marxistische visie terug te vinden, ik denk hierbij aan Proudhon die beweerde dat alle bezit diefstal is (Proudhon, 1840).
Het lijkt er dus op dat het anarchistische ideaal inderdaad heel wat meegeeft van een utopie (en dan nog in de originele betekenis). Maar toch blijft dit een kritiek die door vele anarchisten niet aanvaard wordt.
Een ander probleem doorheen de geschiedenis van de anarchisten is de invulling van het begrip die ze onderling maken. Sommigen beweren een geweldloze samenleving na te leven die bereikt dient te worden door een geweldloze revolutie, anderen willen deze geweldloze maatschappij door met geweld de huidige maatschappij te verwijderen. Het lijkt mij in enig opzicht onlogisch om dit laatste te verkondigen. Maar langs de andere kant toch begrijpelijk dat het anarchisme net door zijn revolutionair karakter met geweld dient doorgedrukt te worden als men het zou willen instaleren. Het gebruik van geweld tijdens een anarchistische revolutie zou ook nodig zijn om andersdenkenden te kunnen verwijderen, wat dan op zijn beurt weer een contradictie is omdat het anarchisme zich net als een tolerante maatschappij voordoet.
Deze discussie is er een die zich ook vandaag nog blijft voordoen. Binnen de anders-globalisatie beweging die nu actief zijn ook nu nog verschillende anarchistische bewegingen actief, waarvan enkele strekkingen blijven zweren bij geweldloos verzet en anderen dan weer gretig met molotov-cocktails naar de ordediensten gooien. De discussie over het al dan niet gebruiken van geweld lijkt me dan ook een interessante discussie die in de actualiteit ook in andere aspecten aan bod komt, zoals de discussie over de tweede golfoorlog, of over de kernwapenpolitiek van sommige landen. Dit zijn dan ook dikwijls de thema's waarin anarchisten zich proberen tegen te verzetten. Zo waren er onder andere de blocages van de wapentransporten door België.
Ondanks de vele tegenstellingen die de anarchisten onderling hebben en het relatief groot utopisch karakter van het anarchisme lijkt het me toch dat ook deze stroming op zoek gaat naar de ideale samenleving voor de mens. Net zoals vandaag de dag ook de verschillende wereldgodsdiensten doen en zoals vroeger ook andere stromingen zoals het marxisme en zelfs het fascisme elk op hun eigen manier probeerden. Welke van al deze ideologieën nu ook de correcte mag zijn, als die al bestaat, het lijkt me belangrijk te beseffen dat ze allemaal op hun eigen manier naar waarde moeten geschat worden. Niet alleen door de geschiedenis zelf te bestuderen kan de mens lessen leren om zo misschien ooit de ideale samenlevingsvorm tussen mensen te vinden, maar ook door het zoeken en het proberen te begrijpen van de ideologieën die aan de basis van onze geschiedenis liggen. Door het bestuderen en combineren van al deze ideologieën wordt de doelstelling van elk van deze ideologieën, namelijk het in harmonie samenleven van de verschillende individuen waaruit de mensheid nu eenmaal bestaat, misschien ooit nog bereikt.

5. Bibliografie
Rey, A. (1998) Dictionnaire historique de la langue française. Paris : Le Robert
De Vries, M. (1998) Woordenboek der Nederlandsche Taal.[CD-ROM] beschikbaar: AND Publishers Rotterdam
Meijer, L. (1654 e.v.) Nederlandtsche Woorden-Schat. Amsterdam
Marin, P. (1730 e.v.) Groot Nederduitsch en Fransch woordenboek. Dordrecht/ Amsterdam/ Rotterdam.
Laska Bernd A. (2000, 27 januari) Max Stirner, een duurzame dissident[elektronische versie]. Die Zeit ,5.
Proudhon, P. (1840) Qu'est-ce que la propriété ? [elektronische versie] Biblioteque libertaire. geraadpleegd op 15 november, op http://kropot.free.fr/Proudhon-propriete.00.htm.
Sterkenburg van, P.G.J. (red.) (1988) Van Dale, handwoordenboek van het hedendaags Nederlands. 2de druk. Utrecht/Antwerpen: Van Dale lexicografie, 1996.
Willemsen, H. (red.) (1992) Woordenboek Filosofie. Assen/Maastricht: Van Gorcum,1992.
Guérin, D. (1970) Ni Dieux, ni Maître: anthologie de l'anarchisme. Paris : Librairie Francois Maspero,1970.
More, T. (1516) Utopia. ; vert. door Marie H. Van der Zeyde. Amsterdam : Athenaeum-Polak en Van Gennep, 2002.
Godwin, W. (1793) Caleb Williams. Oxford : Oxford university press, 1982.
Constant, B. & Godwin, W. (1972) De la justice politique ; Traduction inédite de l'ouvrage de William Godwin "Enquiry concerning political justice and its unfluence on general virtue and happiness". Québec : Presses de l'Université de Laval, 1972.
Stirner, M. & Meyer, A. (1972) Der Einzige und sein Eigentum / Max Stirner; mit einem Nachwort hrsg. von Ahlrich Meyer. Stuttgart : Reclam, 1972.
Marx, K., & Engels,F., (1848) Communistisc manifest. Brussel : IMAVO, 1998.
Hegel, G. W. F., Van Doorem,W. (1806) Fenomenologie van de geest. Meppel : Boom, 1981.
Constandse, A. (1979) Anarchisme: inspiratie tot vrijheid, essays. Amsterdam: Meulenhof, 1979.
Berkman, A. (1929) ABC of anarchism. London: freedom press, 1987

wouterenniels

  • wouterenniels
    wouter en niels zijn twee mensen die ooit samen de schoolbanken deelden. nu doen ze dit niet meer en daarom delen ze deze blog.

    wouter is een 19-jaren oude knaap uit wevelgem. zijn hobby's zijn: schrijven, grafisch ontwerpen, illustreren, fotografie, muziek (gaande van rock uit de '70 over soul en funk naar new wave, hiphop, breakbeat tot trance, drum 'n bass, global en reggae, artisten a la: starsailor, afro celt sound system, air, gabriel & dresden, airwave, markus schulz, truby trio, pendulum, brel, neil young, the eagles, steely dan, etc.) en eten. Hij studeert grafische en reclamevormgeving ergens in gent. zijn favourite kleurpodloden zijn staedler en dan nog liefst rode als da mag. en voor de meisjes: wouter is al jaren verstokt aan zijn kaatje.

    niels is ook een negentienjarige knaap, maar dan uit wervik (en ook een beetje uit menen) kotachtig te gent. zijn hobby's zijn schrijven, muziek (a silver mount zion, godspeed you black emperor, dEUS, explosions in the sky, lambchop, eels, zita swoon, yevgueni, mira, sweet assembler, cass mccombs, evil superstars, tommcrae, ween, wilco, tomàn, the mars volta, the cure, spinvis, radiohead, queen, pulp, ryan adams, pink floyd, motorpsycho, pjds, absynthe minded, sweet assembler, novastar, nouvelle vague, tom helsen, nick cave &; the bad seeds, moondog jr., the smiths, led zeppelin, laura veirs, mercury rev, emmiliana torrini, mogwai, johnny cash, johnny turbo, jacques brel, iron and wine, jeff buckley, interpol, blocparty, grandaddy, gilbert o'sullivan, the beatles, gèsman, frank zappa, fence, marcy playground, das pop, mclusky, gorki, dresden dolls, gorky, an pierlé, arid, dream theater, sonic youth, counting crowes, zexy superglue, the portefenetres, admiral freebee, mogwai, sigur ros, lamb, lacrimosa, modest mouse, prince, the posal service, the coral, cake, the fountains of wayne, berg sans niple, kings of leon, wilco, daniel johnnston, bram vermeulen, raymond van het groenewoud, billy bragg, bright eyes, beck, the usual suspects, at the close of everyday, deep purple, devendra bannhart, de nieuwe snaar, crowded house, david bowie, elvis costello, death cab for cutie, das pop, coco rosie, anathema, nofx, air, supertramp, stereo total van morrison, lonnie donegan, herman van veen, acdc, canned heat, floggin' molly, 2 russian cowboys, joy division, neill young, nekromantix, hepcat, the kinks, the presidents of the united states of america, supertramp, the scabs, urbanus, buddy holy, ccr, canned heat, jefferson airplane, george baker selection, tom petty, vive la fête, roommate, das pop, karate, yeah yeah yeahs, black rebel motorcycle club, mitsoobichy jackson, mauro pavlowski, autopulver, clement peerens explosition, soulwax, kiss my jazz, architecture in heslinki, my latest novel, clap your hands and say yeah, jenny wilson, troy van balthazar, the ancient ones, het zesde metaal, tindersticks, sonic youth, fly pan am, slevensnevels, jack johnson en vele anderen), pintjes pakken, roken en af en toe eens gaan lopen. hij studeert moraalwetenschappen aan de ugent en heeft geen favoriete kleurpotloden want zijn nekhaar komt daarvan recht. unlike wouter is niels nog altijd een vrij man.

Laatste berichten

Neem inhoud van deze site over (XML)
web-log.nl, powered by TypePad